Toggle menu

Trend broedvogels van de kust

Lange tijd herbergde Zeebrugge belangrijke populaties van dwergstern, visdief, grote stern, zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw. Na 2004 ging het aantal broedparen sterk achteruit. De sternen waren in 2015 nagenoeg verdwenen en de grote meeuwen bereikten hun laagste stand sinds 2000.
Bron: 
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator toont de evolutie van het aantal kustbroedvogels in de voorhaven van Zeebrugge, de Baai van Heist en op het Sternenschiereiland. Elders langs de kust broeden kleinere aantallen (kokmeeuw, zwartkopmeeuw, dwergstern en visdief) of wordt er niet gebroed (grote stern, stormmeeuw). Alleen zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw worden er in grotere aantallen vastgesteld, vooral in Oostende.
Bespreking 

Het aantal kustbroedvogels vertoont een sterk dalende trend. De drie sternesoorten (grote stern, visdief en dwergstern) bereikten in het recente verleden ruim de 1%-norm (3,8 – 7,2% van de biogegografisch populatie), maar dat percentage daalde naar minder dan 0,05% in 2015. Zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw namen af van respectievelijk 1,2 en 2,6% naar een minimum van 0,2 en 0,6% in 2014

Het aantal broedparen van de drie sternensoorten is sinds 2004 afgenomen met meer dan 99%. Kokmeeuw komt sinds 2014 helemaal niet meer tot broeden. De afname bij zilver- en kleine mantelmeeuw bedraagt 79% en 74%.

De recente achteruitgang van het aantal kustbroedvogels is het gevolg van een toegenomen druk door landroofdieren. Op het Stenenschiereiland en op de Baai van Heist werden verwilderde katten, ratten en vossen vastgesteld. In de westelijke voorhaven zorgden de komst van de vos en een significante afname van het broedareaal voor de achteruitgang van het aantal grote meeuwen.

Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Referentie 
Natuurindicatoren, 2017. Trend broedvogels van de kust. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
www.natuurindicatoren.be (versie van 26-05-2017).

Recent geupdate